Draagsystemen

Er zijn verschillende draagsystemen waarmee je je kindje ergonomisch kunt dragen. Ik zal ze hieronder kort toelichten.

Rekbare draagdoek

Een rekbare draagdoek is ongeveer 4,6 tot 6 meter lang en gemaakt van tricot stof. Een rekbare doek is in principe geschikt vanaf de geboorte tot in de peuterleeftijd. Maar omdat de stof rekbaar is, is de ervaring vaak dat het dragen van zwaardere kindjes met een rekbare doek minder comfortabel is. Bij een rekbare doek moet je erop letten dat hij goed strak zit, om uitzakken te voorkomen. Rekbare doeken bestaan meestal voor het grootste deel uit katoen. Er bestaan ook rekbare doeken met bamboe en zelfs met merinowol.

Geweven draagdoek

Een geweven draagdoek is op zo’n manier geweven dat hij alleen diagonale rek heeft. Daardoor deze manier van weven geeft de geweven doek goede steun bij het dragen. Een geweven draagdoek is te gebruiken vanaf de geboorte tot in de kleutertijd.

Geweven draagdoeken zijn er in verschillende maten en diktes. Welke maat je nodig hebt hangt af van je postuur en lengte, en welke knoop je wilt gaan gebruiken. De meest gebruikte maat is een maat 6 (4,6 meter). Met een draagdoek van deze lengte kun je bij een gemiddeld postuur, de meest gebruikte knooptechnieken doen.

Er zijn doeken in veel verschillende materialen en dikten. Er zijn doeken van 100% katoen, maar ook doeken met linnen, hennep, wol, zijde, yak, tencel en noem maar op. De dikte van een draagdoek heeft invloed op hoe gemakkelijk de doek knoopt en hoe comfortabel de doek aanvoelt op je schouders. Bij een dunne doek is het van belang dat je erg secuur knoopt, anders kan hij wat gaan snijden in je schouders. Een dikkere doek knoopt soms wat lastiger, maar voelt vaak wat zachter aan op je schouders. De materialen van de doek hebben ook invloed op de draagervaring en hoe gemakkelijk hij te wassen is. Sommige doeken van 100% katoen kunnen op 60 graden worden gewassen. Doeken met wol en zijde moeten vaak met de hand worden gewassen en liggend drogen. Volg altijd goed de wasinstructies in het waslabel van je doek.

Voor het eerste gebruik moeten de meeste draagdoeken gewassen worden. Daarmee fixeer je de draden en voorkom je draadverschuivingen. Een nieuwe doek kan nog wat stug aanvoelen. Als je veel met een doek knoopt en draagt, kneuzen de vezels waardoor ze zachter worden. Denk maar aan een goed ingedragen spijkerbroek, die kan ook heerlijk zacht aanvoelen.

Ringsling

Een ringsling is een geweven doek van ongeveer 2 meter lang, waarbij aan één uiteinde speciale slingringen zijn vastgestikt. Je hoeft bij een ringsling niet te knopen, maar je haalt de stof door de ringen heen en spant hem vervolgens aan. Het aanspannen van een ringsling vergt wat oefening, maar daarna is de ringsling snel in het gebruik.

Er zijn verschillende typen ringslings op de markt. De meest voorkomende zijn de ringsling met een ongevouwen (gathered) schouder en de ringsling met een geplooide (pleated) schouder. Een ringsling met een ongevouwen schouder (zie foto hieronder) laat zich mooi uitwaaieren over de schouder wat het gewicht mooi verdeeld. Een ringsling met een geplooide schouder is wat smaller, waardoor hij makkelijker op de schouder blijft liggen, maar hij laat zich minder goed uitspreiden. De rinsling met een ‘eesti’ schouder (zie foto) is een tussenvorm van deze twee typen ringslings. Dit type ringsling heeft aan beide zijden plooien, maar het middenstuk is ongevouwen. Welk type ringsling je prettig vindt dragen verschilt van persoon tot persoon, dus het kan slim zijn om van te voren verschillende typen ringslings uit te proberen.

Met een ringsling draag je over één schouder (assymetrisch). Dit maakt een ringsling minder geschikt om lang mee te dragen of voor mensen met rugklachten. Een ringsling kun je klein opvouwen en past makkelijk in je tas. Wil je peuter graag zelf lopen, maar worden zijn beentjes moe na een tijdje? Op zo’n moment is een ringsling ideaal.

Ergonomische draagzak

Een ergonomische draagzak is een voorgevormde drager, ook wel Soft structured carrier of SSC genoemd. Er zijn verschillende typen ergonomische draagzakken op de markt: de Mei tai, de ‘half buckle’ drager, de ‘full buckle’ drager en variaties daarop. Bij een Mei tai knoop je de heupband en de schouderbanden. Bij een half buckle drager klik je de heupband vast met een gesp en knoop je de schouderbanden. Bij een full buckle drager klik je zowel de heupband als de schouderbanden vast met gespen. Er zijn dragers die al passen vanaf de geboorte, dragers voor de peuter en/of kleuterleeftijd en verstelbare dragers die meegroeien met je kind. Het is verstandig om voordat je een ergonomische drager aanschaft er een paar te passen. Zo weet je van te voren welke je comfortabel vindt zitten en welke je prettig vindt in het gebruik.

De term ‘ergonomisch’ is helaas niet beschermd. Er zijn veel draagzakken op de markt waarvan de fabrikant aangeeft dat ze ergonomisch te zijn, maar die niet worden geadviseerd door draagconsulenten. Hoe herken je een ergonomische draagzak? Een ergonomische draagzak ondersteund de natuurlijke houding van het kindje. De knieën moeten iets hoger dan de billen (navelhoogte) en in een M-houding (kikkerhouding) kunnen komen. Het ruggetje komt door deze spreid-hurkhouding in een mooie natuurlijke kromming.

Een ergonomische drager ondersteunt van knie tot knie en maakt de spreid-hurkhouding mogelijk. Een ergonomische drager heeft een soepele stof die zich voegt om de rug van het kind. De drager geeft goede ondersteuning, maar maakt ook de ronde houding van de rug mogelijk. Een drager met een verhard rugpand voldoet niet aan deze kenmerken. Een ergonomische drager zorgt er tevens voor dat het gewicht van het kind gelijkmatig over het lichaam van de drager wordt verdeeld.